Bij het SLAC National Accelerator Laboratory van de universiteit van Stanford is een geheel nieuwe, relatief compacte antenne voor communicatie met extreem lange golven ontwikkeld. Met deze antenne is zelfs datacommunicatie onder water mogelijk.
 
Het geheel kon zó klein worden gehouden, dat het zelfs in een borstzakje past. Dat is voor extreem laagfrequente signalen met een golflengte tot wel honderden kilometers (in het kHz-bereik) absoluut een technisch hoogstandje. Met radiogolven in deze frequentiegebieden is niet alleen communicatie onder water mogelijk, maar zelfs door massief rotsgesteente, wat met de normale, aan het aardoppervlak gebruikte, hoge frequenties onmogelijk is.

Lange golven en korte antennes

Het genereren van zulke „niet-HF“-golven is tegenwoordig natuurlijk een fluitje van een cent. Het probleem van communicatie bij een extreem grote golflengte zit hem vooral in de benodigde lengte van de antenne. Maar deze nieuwe VLF-antenne is slechts 10 cm lang. Daarmee uitgeruste speciale draadloze apparatuur zou bij reddingsoperaties de communicatie ook in extreme situaties kunnen garanderen. Dat militaire toepassingen daarbij meteen voor de hand liggen, spreekt vanzelf. De door de onderzoekers ontwikkelde zend/ontvanger zou 100 keer effectiever zijn dan de tot nu toe gebruikte compacte VLF-apparaten en kan data veel sneller overdragen.
 

Werking van de VLF-antenne. Afbeelding: slac.stanford.edu

De onderzoekers hebben naast de afmetingen ook het gewicht van de antenne kunnen reduceren. Daarbij is gebruik gemaakt van de piëzo-elektrische eigenschappen van lithium-niobaat. Bovendien kon de bandbreedte worden opgevoerd tot 100 Baud, wat voldoende is voor de overdracht van eenvoudige tekstberichten.