IC beschermt analoge ingangen
op
Het IC werkt met twee voedingsspanningen. De hoofdvoedingsspanning bepaalt de doorlaatweerstand van de vier kanalen en met de hoogte van de tweede voedingsspanning wordt bepaald vanaf welke (piek)spanning de beveiliging actief is. Bij afwezigheid van de hoofdvoedingsspanning worden de kanalen uitgeschakeld en is hun doorlaatweerstand hoogohmig. Deze functie is met name handig als de correcte inschakelvolgorde van voedingen in een systeem niet kan worden gegarandeerd.
Technische eigenschappen:
• De source-pennen (Sx) worden beschermd tegen spanningspieken die hoger zijn dan de secundaire voedingsspanningen POSFV en NEGFV (max. -55 tot +55 V);
• Zonder voeding zijn de Sx-pennen automatisch beschermd tegen tegen negatieve pieken lager dan -55 V en positieve pieken hoger dan +55 V;
• De status van het beveiligingsmechanisme wordt via een digitale uitgang gesignaleerd;
• Isolatiescheiding tegen latch-up;
• Lage en vlak verlopende doorlaatweerstand (respectievelijk 10 ohm en 0,5 ohm);
• Voeding symmetrisch van ±5 tot ±22 V of asymmetrisch van 8 tot 44 V.
