Internationale Dag van het Onderwijs: Code Clubs wereldwijd
op
De Internationale Dag van het Onderwijs (24 januari 2026), is een mooi moment om verder te kijken dan slogans en je af te vragen wat jongeren nu echt motiveert om week na week te blijven leren coderen. Het is makkelijk om in het algemeen over digitale vaardigheden te praten, maar de echte test is of leerlingen terugkomen, nieuwsgierig blijven en genoeg zelfvertrouwen krijgen om dingen uit te proberen, kapot te maken en opnieuw te fixen.
In een Raspberry Pi Foundation overzicht van Code Clubs wereldwijd zie je de verschillen duidelijk: clubs komen samen in bibliotheken, scholen, buurthuizen en makerspaces; sommige groepen delen één laptop terwijl anderen printplaten en sensoren uitwisselen. Lokale gewoontes bepalen alles, van aanwezigheid tot de manier waarop nieuwkomers worden verwelkomd. Wat vooral opvalt is wat overal hetzelfde blijft. Clubs die goed draaien hebben vaak één simpele gedragsregel (respect), houden het lekker ontspannen en laten leerlingen zelf dingen bouwen die ze ook echt aan iemand willen laten zien.
Lokale uitdagingen, praktische oplossingen
Het artikel geeft voorbeelden die super herkenbaar zijn. In Gujarat hielp een kleine aanpassing – meisjes mochten in traditionele kleding naar school komen – om een drempel weg te nemen, en de leerlingen maakten daarna vol zelfvertrouwen Scratch-projecten. In Kenia begon een clubbegeleider met maar één laptop en breidde de mogelijkheden uit door ruimte te regelen, subsidies aan te vragen en apparatuur zo neer te zetten dat kinderen samen konden werken. In Wales draait een bibliotheek-Code Club al meer dan tien jaar, en oudere leerlingen helpen nieuwe vanzelf, waarbij respect de enige echte regel is.
Er zijn ook mooie voorbeelden van hoe leren met plezier gaat in de praktijk. Een Amerikaanse club komt op drie locaties samen en een bibliothecaris raakte zo geïnspireerd dat ze zelf is gaan meedoen. In India lieten leerlingen tekst-naar-spraak- en videoherkenningsprojecten zien op een bijeenkomst, en legden hun keuzes uit aan ouders en mentoren. In het Verenigd Koninkrijk werd een activiteit met fysieke computing opeens een ruimte vol geklik en gepiep toen leerlingen een beginnersproject op hun eigen creatieve manier aanpasten.
Waarom het clubformat werkt
Deze verhalen sluiten goed aan bij het thema van de Internationale Dag van het Onderwijs 2026, waarbij jongeren meebeslissen over onderwijs, want het clubmodel is van zichzelf al heel erg samenwerkend. Leerlingen passen elkaars werk aan, debuggen samen op dezelfde print of printplaat, en geven soms zelf proeflessen of code-alongs voor nieuwkomers. Je wint uiteindelijk meer dan alleen technische skills: zelfvertrouwen, het gevoel erbij te horen, en het idee dat leren iets is dat je samen doet en niet iets wat je alleen maar overkomt.
Voor iedereen die een schoolclub, bibliotheekgroep of makerspace-bijeenkomst organiseert is de boodschap simpel: je hebt geen perfect model nodig, maar vooral de juiste sfeer. Zorg dat meedoen makkelijk is, laat zien dat fouten oplossen er gewoon bij hoort, en maak het makkelijk om elkaar te helpen. Voor een laagdrempelig begin dat past bij korte bijeenkomsten, schreef Elektor al over een gratis online editor speciaal voor jonge leerlingen. Voor een internationaal perspectief is de UNESCO-deelnamegids voor 2026 handig als naslag.
Op de Internationale Dag van het Onderwijs is de boodschap heel duidelijk: lokale flexibiliteit is juist een voordeel zolang de gedeelde waarden overeind blijven.

Discussie (0 opmerking(en))