Boekbespreking: ‘The State of Hollow State Audio in the Second Decade of the 21st Century’

26 februari 2020, 15:55
The State of Hollow State Audio
in the Second Decade of the 21st Century
The State of Hollow State Audio
in the Second Decade of the 21st Century

Wat elke lezer of potentiële koper van dit boek waarschijnlijk meteen zal opvallen: (1) de extreem lange titel en (2) de term ‘Hollow State’. Gelukkig helpt de omslagillustratie het onderwerp in één oogopslag te identificeren dankzij de vier grote buizen, waarvan er één gestoken scherp pronkt met zijn glanzende glazen omhulling, interne constructie en, heel belangrijk is, zijn oplichtende gloeidraad. Die warme gloed is ook te zien in de onscherp afgebeelde buizen.

Ik heb het boek aan verschillende mensen laten zien en vond dat zowel de titel als de omslagillustratie de verwachte reacties triggeren als “wat is ‘hollow state’?” (nieuwkomers) en “is dat daar een 807 en zijn dat EL84’s op de achtergrond?” (buisliefhebbers). We zullen zien of beide groepen bediend worden door de inhoud van het boek.

De term “Hollow State” vraagt natuurlijk om opheldering voor iedereen die niet in het ‘buizenwereldje’ zit en het verbaasde me dat de auteur het niet nodig vindt deze fraaie vondst in zijn boek uit te leggen, maar aan de andere kant is die term in de VS misschien beter bekend dan in Europa. Als u oud genoeg bent om zich de kreet ‘(all) solid state’ op draagbare radio’s, wekkers of bandrecorders te herinneren, dan is ‘hollow state’ een verwijzing (met een knipoog) naar het (bijna-)vacuüm in, inderdaad, vacuümbuizen – ook wel bekend als gloeikathodebuizen (thermionic valves)! Eigenlijk staat ‘solid state’ voor de transistor, die in de VS vanaf ongeveer 1955 het tijdperk van de vacuümbuis uitluidde (maar hopelijk niet voor altijd).

Er was eens...

In hoofdstukken 1 en 3 beschrijft Richard Honeycutt in het kort de geschiedenis van de eigenlijke vacuümbuis en het gebruik ervan in beroemde historische commerciële radio’s en versterkers. In hoofdstuk 1 worden enkele Europese bijdragen genoemd, maar hoofdstuk 2 gaat vooral over producten uit Noord-Amerika, waar de vacuümbuis veel eerder dan in Europa commercieel tot bloei kwam, voornamelijk doordat radio en TV veel eerder dan aan deze kant van de oceaan hun intrede in het Amerikaanse huishouden deden (gelukkig, want wij hadden TV met 625 lijnen en PAL-kleur). Vaak wordt van Amerikaanse bedrijven die radio’s, buizen, componenten en audioapparatuur hebben geproduceerd, hun geschiedenis, blunders, successen, overnames enzovoort in enkele interessante regels beschreven. Voorbeelden hiervan zijn het grote RCA maar ook mindere goden als Altec (staat voor ‘alternatieve technologie’). Tussen hoofdstukken 1 en 3 wordt het principe van de vacuümbuis uit de doeken gedaan, en dat op een voor nieuwkomers bewonderenswaardige manier. In het hele boek is Honeycutt’s taalgebruik en gebruik van elektronische vaktermen correct en to the point, zonder dat hij een kans laat liggen om zaken op een luchtiger manier uit te leggen. Een hoofdstuk van slechts 24 pagina’s waarin u van de fundamentele triodeversterker naar push-pull ontwerpen gaat, kan ook beter in leerboekstijl geschreven zijn dan als persoonlijke anecdote.

Het wordt steeds interessanter

Meer geavanceerde theoretische aspecten van vacuümbuizen worden besproken in de hoofdstukken 4 en 5 over respectievelijk het ontwerp van de voorversterker en de kunst van het interpreteren van karakteristieken. Het voorversterker-hoofdstuk absoluut niet ‘droog’ en culmineert in een echt ontwerp met ‘space charged’ (wow!) buizen van het type 12EL6, aangestuurd door... een opamp. Het hybride ontwerp onderstreept de opvatting van de auteur dat buizen niet heilig zijn en dat het niet moeilijk is ze met hafgeleiders te combineren. Dit hoofdstuk vond ik een van de beste in het boek, met een bespreking van de ‘starved amplifier’ ofwel de ECC8* (VS: 12A*/6/7) die met een anodespanning van 12 V werkt – zo laag dat zelfs de all-transistor generatie van elektronici kans ziet te experimenteren met deze ‘gloei-FET’s’ die tegenwoordig in China en de Oekraïne besteld kunnen worden. De geschiedenis van de ‘starved amplifier’, die in wezen uit een hobbypublicatie stamt, is uitstekend leesbaar en Honeycutt doet goed werk door de theorie te combineren met een aansporing om de soldeerbout warm te stoken.

Hoofdstuk 5 heeft een beetje te lijden onder niet bijzonder goed gereproduceerde buiskarakteristieken, de beroemde steilheidgrafieken die ontwerpers moeten kunnen interpreteren voordat ze überhaupt iets onder spanning zetten. Gelukkig hoeven er uit die oude grafieken geen exacte waarden te worden afgelezen; en is de bedoeling van de door Honeycutt geschetste methoden duidelijk genoeg.

Over “TS” en “OT”

Hoofdstuk 6 gaat kort in op het ‘buizengeluid’ (tube sound, TS) en vermijdt – gelukkig – de retoriek, de pure subjectiviteit en de hatelijkheden die we zo vaak op audiofiele fora tegenkomen. In plaats daarvan beperkt Honeycutt zich tot een bespreking van de parameters die de geluidswaarneming bepalen, en over de dwalingen met betrekking tot uitspraken over ‘het beste versterkergeluid’. Het boek gaat terecht niet in op de kloof die lijkt te bestaan tussen buizenliefhebbers en buizenhaters enerzijds, en anderzijds liefhebbers en haters van specifieke buistypen.

De uitgangstransformator (output transformer, OT), na de ‘hoge spanningen’ het meest gevreesde aspect van buizenversterkers, krijgt in het boek in hoofdstuk 9 een vrij korte bespreking, waarin pas tegen het eind de ringkerntrafo wordt genoemd terwijl de beste uitgangstrafo aller tijden, namelijk geen, helemaal niet aan bod komt (we bedoelen het beroemde 800-Ω OTL-ontwerp van Philips Nederland).

Rondom buizen

Andere hoofdstukken in het boek gaan niet alleen over de gebruikelijke zaken rondom vacuümbuizen zoals gitaarversterkers (met name vervorming, fuzz enzovoort), de selectie van buizen, buistesters, voedingen (tegengaan van brom) en foutzoeken, maar ook over zeldzamere fenomenen zoals microfoons met buizen en dynamiekverwerking met buizen. Het thema van zorgvuldig foutzoeken in en reparatie van buizenversterkers is zeer goed gepresenteerd, vol goede raad en bewijs dat Honeycutt weet waarover hij schrijft.

Conclusie

Het boek is voorbeeldig vormgegeven, met correct gezette formules en gebruik van cursivering, superscript en subscript in technische termen, en maakt als zodanig een betrouwbare indruk. De kwaliteit van sommige illustraties, met name ’scoopfoto’s, sommige lijntekeningen en grafieken (waarvan de signaal/ruis-verhouding aanzienlijk zou zijn verbeterd als ze door de grafische afdeling van Elektor onderhanden waren genomen) laat enigszins te wensen over. Dat geldt echter niet voor de reproducties van ‘vintage’ versterkerontwerpen, die hun eigen charme hebben en eigenlijk niet voor nabouwen bedoeld zijn.

Het boek leest lekker weg en is goed georganiseerd met de historische aspecten van de vacuümbuizen altijd in het achterhoofd – zonder het verleden te willen romantiseren. Het boek kijkt uitdagend vooruit en in sommige gevallen nodigt het uit om de soldeerbout aan te zetten en met die ‘hollow state’-onderdelen te gaan experimenteren.

Warm aanbevolen.

 

The State of Hollow State Audio – in the Second Decade of the 21st Century
Richard Honeycutt
382 bladzijden, softcover

Elektor International Media
ISBN: 978-1-907920-79-0
Prijs: € 31,46 (niet-leden: € 34,95), e-boek: € 26,95 (niet-leden: € 29,95)

www.elektor.nl/the-state-of-hollow-state-audio

Reacties worden ingeladen...
gerelateerde items